Whisky Aultmore 1989 Blackadder Raw Cask

Schrijf de eerste beoordeling van dit product

Beschikbaarheid: In stock

Adviesprijs: € 88,85

Aktieprijs: € 84,41

OF
Whisky Aultmore 1989 Blackadder Raw Cask
Inhoudsmaat 70 cl.
Land van Herkomst Schotland
Gebied van Herkomst Speyside
Distillery Aultmore
Bottelaar Blackadder
Serie Raw Cask
Alcohol% 50,4%vol.
Leeftijd 18 Years
Gedestilleerd 01/09/1989
Gebotteld 03/2008
Aantal Flessen 218
Vat Nummer 3061
Cask Type Oak Barrel

Gebruik spaties om tags te scheiden. Gebruik enkele aanhalingstekens (‘) voor woordgroepen.


Schrijf uw eigen beoordeling

U plaatst een beoordeling over: Whisky Aultmore 1989 Blackadder Raw Cask

Hoe waardeert u dit product? *

  1 ster 2 sterren 3 sterren 4 sterren 5 sterren
Prijs / Kwaliteit
Waardering

Eigenaar: John Dewar & Sons Ltd (onderdeel van Bacardi‑Martini).


Vergunninghouder: John Dewar & Sons Ltd.


Productiestatus: Produceert 1,5 miljoen liter per jaar.


Locatie: Highlands, Speyside.


De distilleerderij bevindt zich ten noordwesten van de plaats Keith, ingeklemd tussen de A96 richting Fochabers en de B9016 richting Portgordon. De distilleerderij ligt vlak aan de Burn of Auchinderran, een beekje dat in het plaatsje Keith uitmondt in de rivier de Isla.


De naam: De naam Aultmore vindt zijn oorsprong in het Gaelic en wordt als ‘oldmoor’ uitgesproken. De naam betekent in het Schots ‘big burn’ ofwel ‘grote stroom’. Dat is de bijnaam voor de Burn of Auchinderran.


Geschiedenis: In het jaar 1895 werd er een begin gemaakt met de bouw van de Aultmore‑distilleerderij. De opdrachtgever was Alexander Edward, die door zijn vader David in de whisky‑industrie was opgeleid. Zijn vader was eigenaar van de Benrinnes‑distilleerderij ten zuiden van de plaats Aberlour. Alexander was een belangrijke figuur in de industrie en bouwde samen met de nog bekendere Sir Peter J. Mackie, bijgenaamd ‘Restless Peter’, in 1888 de Craigellachie‑distilleerderij, gelegen in het gelijknamige plaatsje. In mei 1897 kwam de eerste spirit uit de stills van de Aultmore‑distilleerderij en een jaar later was de productie meer dan 450.000 liter per jaar. De watermolen werd in die tijd vervangen door een stoommachine om de distilleerderij aan de gang te houden en de olielampen werden vervangen door elektrische lampen.


Alexander besloot in datzelfde jaar 1898 de Oban‑distilleerderij te kopen en de twee distilleerderijen werden ondergebracht in de Oban and Aultmore‑Glenlivet Distilleries Ltd. Een jaar later braken er slechte tijden aan doordat een belangrijke blended whisky-firma in Leith, Pattisons Ltd, failliet ging. Deze firma was een grote afnemer van de malt van beide distilleerderijen, en de verkoop zakte volledig in. In 1900 volgde ook de rest van de blended whisky‑firma’s. Er was een overschot aan single malt en zowel Oban als Aultmore moest de productie stopzetten.


Tussen 1903 en 1904 was er een kleine opleving in de whisky‑industrie te bespeuren, maar Aultmore moest net als veel andere distilleerderijen tijdens de Eerste Wereldoorlog dicht, omdat gerst in die tijd zeer schaars was. Maar dat was nog niet alles. Ook de drooglegging van de V.S. in 1920 speelde de voortgang van Oban en Aultmore parten en de twee distilleerderijen werden in 1923 te koop aangeboden. Aultmore werd gekocht door John Dewar & Sons Ltd, een blended whisky‑firma uit de plaats Perth. In het jaar 1925 ging John Dewar & Sons samenwerken met de D.C.L.‑groep en Aultmore werd daardoor vanzelf onderdeel van S.M.D. Ltd, dat later onderdeel werd van U.D.


Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging Aultmore opnieuw dicht, in de jaren 1943, 1944 en 1945, omdat er ook toen een tekort was aan gerst. Na de oorlog ging Aultmore weer produceren. In het begin van de jaren ’50 werd een installatie gebouwd om het restafval na de filtering van de mash, de draff of borstels, te verwerken tot hoog‑eiwithoudend veevoer. In het jaar 1967 werden de twee stills van Aultmore omgebouwd van kolen- naar stoomverwarmd en in 1968 werden de moutvloeren buiten gebruik gesteld en ging men over tot het kopen van mout bij grote mouterijen.


In 1969 werd de watermolen geheel verwijderd en werd de stoommachine buiten gebruik gesteld. Tussen 1970 en 1971 werd de distilleerderij gesloten om het aantal stills te verdubbelen en de stoomboiler om te bouwen van kolen- naar oliegestookt.


In 1998 werd Aultmore door U.D.V. na een fusie afgestoten en verkocht aan de huidige eigenaar, samen met nog drie distilleerderijen en de blended whisky Dewar’s White Label.


De distilleerderij: In de Aultmore‑distilleerderij staan twee wash stills en twee spirit stills, die alle sinds 1967 met stoom verwarmd worden. De zes wash backs zijn gemaakt van larikshout. Sinds september 1996 zijn de warehouses niet meer in gebruik. De malt wordt sinds die tijd afgevoerd met tankauto’s om hem elders in het land te laten rijpen. Er worden hoofdzakelijk refill‑vaten gebruikt voor de rijping.


Water: Het water dat men gebruikt bij de Aultmore-distilleerderij betrekt men van de Burn of Auchinderran. Het water wordt zowel gebruikt voor het brouwen als voor het koelen van de condensors. De bronnen van de Burn of Auchinderran bevinden zich in het veengebied, de ‘Foggie Moss’, ten noorden van de distilleerderij.


De malt: De gehele productie verdwijnt in blended whisky’s. Het merendeel wordt gebruikt voor Dewar’s White Label‑blend. Er wordt geen malt meer afgevuld door de eigenaar. Wanneer er whisky op de markt komt van deze distilleerderij dan is het een fles van een onafhankelijke bottelaar.


Bezoek: De Aultmore‑distilleerderij ontvangt geen bezoekers.


Adres: Keith, Banffshire AB55 3QY. Tel: 01542‑882762. Fax: 01542‑886467. 



 


Gebruikte Bron: Schotse Malt Whisky (alle distilleerderijen van Schotland) - Robin Brilleman



 


 


 


Wijzigingen en fouten voorbehouden